Lentivirale gentherapie voor kinderen met de ziekte van Pompe

De ziekte van Pompe is een erfelijke spierziekte waaraan patiënten zonder behandeling uiteindelijk door toenemende spierzwakte zullen komen te overlijden. Gelukkig kunnen patiënten met de ziekte van Pompe behandeld worden met enzymvervangingstherapie. Hoewel enzymvervangingstherapie zowel de kwantiteit en kwaliteit van leven enorm heeft doen laten toenemen, realiseren we ons ook dat het beter kan. In het Erasmus Medisch Centrum wordt er daarom onderzoek gedaan onder leiding van Prof.dr.Ans van der Ploeg naar een nieuwe behandeling voor de ziekte Pompe.

De ziekte van Pompe

De ziekte van Pompe wordt veroorzaakt door een tekort aan het enzym alfa-glucosidase alfa. Dit enzym zorgt er voor dat suikers in het lichaam worden afgebroken. Door het tekort aan het enzym stapelen de suikers zich op in met name de spieren. Hierdoor gaan de spieren kapot en treedt er zwakte op van de skeletspieren, inclusief de ademhalingsspieren, en de hartspier. De meest ergste vorm is de klassiek infantiele vorm van de ziekte. Kinderen met deze vorm hebben een volledig tekort aan het enzym en stapeling van de suikers gaat bij deze patiënten erg snel. Zonder behandeling zullen deze kinderen binnen het eerste levensjaar komen te overlijden.







Enzymvervangingstherapie


Patiënten met de ziekte van Pompe worden behandeld met enzymvervangingstherapie. Bij deze behandeling wordt het ontbrekende enzym via een infuus toegediend. Met de behandeling wordt het enzymtekort in de spiercellen opgeheven en daarmee de schade tot staan gebracht. De eerste resultaten bleken zeer succesvol. Veel baby’s met de meest ernstige vorm kwamen niet meer te overlijden en sommigen hebben nu zelfs de volwassen leeftijd bereikt. Maar het is ook duidelijk dat we er nog niet zijn. Ondanks de successen, slaat de behandeling niet bij iedereen goed aan. Daarnaast is enzymvervangingstherapie een zeer intensieve behandeling. De behandeling moet levenslang om de één of twee weken plaatsvinden, duurt vier tot zes uur en is erg kostbaar. Er is daarom dringend behoefte aan een nieuwe behandeling die deze kinderen kan helpen.

Onderzoek

In het laboratorium van het Erasmus MC wordt al jaren gewerkt aan nieuwe behandeling. Deze behandeling is gentherapie. De ontwikkelingen en resultaten in ons laboratorium zijn nu zodanig dat zij de stap willen gaan maken naar een klinische toepassing. Bij muizen met de ziekte van Pompe is geconstateerd dat door gentherapie het hart, de skeletspieren en de hersenen worden gecorrigeerd na een eenmalige behandeling. Deze hoopgevende bevindingen sluiten aan bij resultaten van andere onderzoeksgroepen, die onderzoek doen naar soortgelijke stapelingsziekten. Voor nu zal dit onderzoek zich richten op de patiënten met de meest ernstige vorm van de ziekte van Pompe. Het doel van dit project is om aanvullend onderzoek te doen, dat nodig is als voorbereiding op het uitvoeren van een fase I/II klinische trial waarin de effectiviteit en de veiligheid van de gentherapie uiteindelijk wordt getest in kinderen met de ziekte van Pompe.


Het onderzoek staat onder leiding van Prof. Ans van der Ploeg. Zij is hoogleraar kinderziekten in het bijzonder stapelingsziekten en hoofd van het Centrum voor lysosomale en metabole ziekten.

 

 

 

 ---

Met dank aan Edward Jenner voor de foto.