‘Als ik met pensioen ga hoop ik dat duidelijk is wat de beste behandeling is voor kinderen met CPAM zónder klachten en ouders dus een antwoord kan geven op die vraag!’

Interview met dr. Marco Schnater en Marius Zuidweg van Erasmus MC/ Sophia Kinderziekenhuis
20-01-2026 - Congenital Pulmonary Airway Malformation (CPAM) is een zeldzame aangeboren longafwijking komt in Nederland bij 25-30 pasgeboren kinderen voor. For Wis(h)dom sprak over dit onderzoek met met dr. Marco Schnater (kinder- en longchirurg, Erasmus MC/ Sophia Kinderziekenhuis) en Marius Zuidweg (promovendus kinderchirurgie, Erasmus MC/ Sophia Kinderziekenhuis.

CPAM

De zeldzame, aangeboren longafwijking ‘Congenital Pulmonary Airway Malformation’ (CPAM) komt in Nederland bij 25-30 pasgeboren kinderen voor. Vaak wordt het ontdekt tijdens de zwangerschap bij de 20-weken echo. 
10-20 procent van deze kinderen ontwikkelt klachten zoals ademhalingsproblemen, hoesten en terugkerende longinfecties. Vrij snel na de geboorte volgt dan een operatie. Ruim 80-90 procent van de kinderen met CPAM heeft géen klachten. Zowel in Nederland als in het buitenland is onduidelijk wat voor deze kinderen de beste behandeling is. In het ene ziekenhuis wordt een kind met CPAM zónder klachten wel geopereerd, en in het andere ziekenhuis niet. Maar wat is het beste keuze? Deze vraag willen de onderzoekers met dit onderzoek graag beantwoorden, zodat kinderen zónder klachten op eenzelfde manier worden beoordeeld en het niet uitmaakt welk ziekenhuis zij bezoeken.

De For Wis(h)dom Foundation ondersteunt dit onderzoek voor een periode van 3 jaar. 

Interview

Hoe is het onderzoek opgezet?
Marco Schnater: Als tijdens de 20-weken echo een afwijking bij het kind wordt gezien die op CPAM lijkt, bespreken wij met de ouders wat dit betekent. Het is lastig te voorspellen of een kind met CPAM wel of geen klachten krijgt.
Na de geboorte controleren we deze kinderen binnen 24 uur. Zijn er geen klachten dan mag het kind naar huis. Als het kind tussen 3 en 9 maanden is, komt het terug voor een CT-scan. Wordt met deze scan CPAM vastgesteld, dan vragen we de ouders om met hun kind mee te doen aan ons onderzoek. Vervolgens wordt geloot of het kind in de groep komt die wordt geopereerd, of in de groep die niet wordt geopereerd. Beide groepen krijgen tot en met 5 jaar op vaste momenten dezelfde controles bij hun arts. Deze doet verschillende metingen maar kijkt ook naar de motorische en neuropsychologische ontwikkeling. Ook vragen we de ouders op vaste momenten een vragenlijst in te vullen. Als de kinderen 5 jaar zijn, meet een looptest het inspanningsvermogen. We vergelijken de looptesten van de groep die is geopereerd met de groep die niet is geopereerd en hopen dat daarmee duidelijk wordt wat de beste behandeling is.

Zijn ouders vaak bereid om mee te doen aan jullie onderzoek?
Marco Schnater: Dat wisselt nogal. In Rotterdam loopt het goed. In andere ziekenhuizen gaat het nu nog wat lastiger. We vertellen de ouders altijd uitgebreid over ons onderzoek en sturen ze door naar de website www.connecttrial.nl . Daar staat veel informatie over het onderzoek, zoals een animatiefilmpje dat duidelijk uitlegt hoe het onderzoek is opgezet. De website is ook bruikbaar voor buitenlandse ouders omdat de informatie en ook het filmpje zijn vertaald. We vinden het belangrijk dat ouders altijd zelf beslissen om wel of niet mee te doen en willen hierin vooral niet sturen. 


Jullie willen 32 ziekenhuizen in 16 landen aan jullie onderzoek mee laten doen en hopen op 176 deelnemende patiënten. Gaat dat lukken?
Marius Zuidweg: In Nederland loopt het onderzoek in Rotterdam en Nijmegen. Buiten Nederland doen inmiddels ook ziekenhuizen in Ankara, Kopenhagen, Aarhus, Belgrado, Helsinki en Antwerpen mee. Een tiental andere ziekenhuizen is bezig met het aanvragen van medisch-ethische toestemming. Er komt veel bij kijken voordat een ziekenhuis écht kan starten met het onderzoek.
Marco Schnater: Waarschijnlijk zijn niet 176 maar minder kinderen nodig voor ons onderzoek. De looptest in ons onderzoek is namelijk aangepast. We wilden dit op een loopband te doen, maar dat blijkt lastig te zijn voor kinderen van 5 jaar. Na aanvullend onderzoek bij 1.100 gezonde kinderen ontwikkelden we nieuwe referentiewaarden voor een sprinttest met pionnen. We hopen deze sprinttest nu in het onderzoek te kunnen gebruiken. Veel eenvoudiger en net zo effectief. 
Er doet nu een tiental patiënten mee, maar we vertrouwen erop dat dit aantal snel toeneemt. We zien nu namelijk dat sinds kort ook de buitenlandse ziekenhuizen die meedoen patiënten in het onderzoek opnemen, dus dat is fijn. Omdat CPAM zeldzaam is en elk deelnemend ziekenhuis gemiddeld per jaar 5-10 patiënten ziet, blijft het lastig.

In het onderzoek volgen jullie kinderen tot en met 5 jaar. Waarom niet langer? Er kunnen toch ook op latere leeftijd nog gevolgen zijn van het wel of niet opereren?
Marco Schnater: We volgen alle kinderen met CPAM tot ze 18 zijn en daarna gaan ze naar de volwassenenzorg. Maar voor ons onderzoek bestuderen we de kinderen tot en met 5 jaar en hopen dan dat de looptest duidelijk maakt wat de inspanningscapaciteit van de kinderen is. Met die informatie hopen we dat vervolgens duidelijk is wat de beste behandelkeuze is bij kinderen met CPAM zónder klachten.  

For Wis(h)dom financiert het onderzoek nog tot en met 2026. Wat is er tot nu toe met de financiering gebeurd?
Marius Zuidweg: Door de ondersteuning van For Wis(h)dom kan ik werken aan dit onderzoek. Ik was bezig met het enthousiast maken van ziekenhuizen voor deelname aan ons onderzoek. Ook bezochten we de ziekenhuizen om instructies te geven aan de betrokken medewerkers. Daarnaast was en is er veel administratief werk om alles binnen de deelnemende ziekenhuizen georganiseerd te krijgen. Verder heb ik de website connecttrial.nl opgezet en ervoor gezorgd dat deze vertaald is in meerdere talen.
 
Kun je iets meer vertellen over connecttrial.nl?
Marius Zuidweg: De website geeft ouders uitleg over CPAM en het onderzoek. Een animatiefilmpje legt uit hoe het onderzoek is opgezet. Deelnemende ziekenhuizen krijgen toegang tot een beveiligd deel van de website. Daar staan documenten met de werkwijze rondom het onderzoek, zoals bijvoorbeeld de manier waarop geloot wordt om te bepalen in welke groep een patiënt komt. Ook kan een ziekenhuis via de website eenvoudig vragenlijsten aan ouders sturen. De website leidt onderzoekers uit andere ziekenhuizen ook gemakkelijk naar de database voor de invoer van de gegevens van deelnemende patiënten. In Rotterdam kunnen we op die manier eenvoudig bij de gegevens van alle deelnemers. Deelnemende ziekenhuizen kunnen alleen de data van hun eigen patiënten zien. Alles beveiligd, achter een inlog natuurlijk. 

Is er op basis van de tot nu toe verzamelde gegevens van patiënten al iets zeggen over de resultaten? 
Marco Schnater: Nee, we kunnen nog geen conclusies trekken. Er zijn aanwijzingen dat sommige kinderen met CPAM meer risico lopen op problemen dan andere kinderen. Als ik met pensioen ga hoop ik dat duidelijk is welke kinderen intensiever gevolgd moeten worden en voor welke kinderen de controles kunnen stoppen.
Marius Zuidweg: In Canada heb ik onderzoek gedaan naar onder andere het rook- en drinkgedrag, overgewicht en diabetes bij de moeders van kinderen met CPAM. Dat onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd en geeft ook interessante aanknopingspunten.

Welke activiteiten in het onderzoek krijgen de komende tijd aandacht?
Marius Zuidweg: De nadruk ligt vooral op het betrekken van zo veel mogelijk ziekenhuizen bij ons onderzoek, zodat meer patiënten aan ons onderzoek meedoen. 
Marco Schnater: Ook bezoeken we alle ziekenhuizen nog een keer opnieuw om te kijken hoe ons onderzoek loopt. 

Het onderzoek loopt nog door als de ondersteuning van For Wis(h)dom stopt. Is er vervolgfinanciering?
Marco Schnater: Binnen de termijn van For Wis(h)dom wordt het onderzoek inderdaad niet afgerond. Er is vervolgfinanciering om het onderzoek nog voor enige tijd door te laten lopen.

Wat is de belangrijkste drijfveer voor het werk dat jullie doen?
Marius Zuidweg: Tijdens het master-gedeelte van mijn studie geneeskunde, deed ik onderzoek bij Marco op het gebied van CPAM. Hij vroeg mij vervolgens na mijn master te blijven om te promoveren. Zo ben ik erin gerold.
Marco Schnater: Tien jaar geleden maakte ik de overstap van de longchirurgie bij volwassenen naar de longchirurgie bij kinderen. Op een congres hoorde ik over CPAM bij kinderen en was verbaasd dat bij deze groep kinderen zónder klachten niet duidelijk is wat de beste behandeling is. Ik heb me vanaf dat moment hard gemaakt voor het onderzoek naar CPAM waar inmiddels zo’n 8 promovendi aan hebben gewerkt of nog werken. Ik vind het fantastisch om met jonge mensen samen te werken die elk weer eigen kennis meebrengen en een andere insteek hebben. 

Kijkend op jullie werk tot nu toe, waar zijn jullie dan het meest trots op?
Marius Zuidweg: Ik ben trots dat het onderzoek nu loopt. Maar ook als weer een nieuw ziekenhuis meedoet! 
Marco Schnater: We begonnen met niets en nu staat er een multidisciplinaire groep die werkt aan een mooie onderzoekslijn. Ik ben met name trots op het geheel dat is opgezet. En dat is onmogelijk zonder de steun van partijen zoals de For Wis(h)dom Foundation. Ik ben dan ook heel dankbaar voor de steun die we kregen!

Wat zouden jullie graag nog bereiken?
Marius Zuidweg: Ik wil eerst met de hele groep dit onderzoek in goede banen leiden, mijn promotietraject afronden, dokter worden en uiteindelijk (kinder-) chirurg.
Marco Schnater: Het liefst laat ik iets na aan de generatie artsen en onderzoekers na mij. Als ik met pensioen ga hoop ik dat duidelijk is wat de beste behandeling is voor kinderen met CPAM zónder klachten en ouders dus een antwoord kan geven op die vraag. We weten het op dit moment echt niet. Het zou mooi zijn als dit onderzoek de patiënt en ouders die duidelijkheid kan gegeven!

Het onderzoek wordt gecoördineerd vanuit het Sophia Kinderziekenhuis/ Erasmus MC in Rotterdam.

Betrokken zijn:
Dr. Marco Schnater, kinder- & longchirurg, afdeling kinderchirurgie (hoofdonderzoeker, links op foto)
Marius Zuidweg, promovendus kinderchirurgie, afdeling kinderchirurgie (rechts op foto)
Louis Dossche, arts-assistent, afdeling kinderchirurgie
Malou Havermans, promovendus kinderchirurgie, afdeling kinderchirurgie
Noor Nouwens, promovendus kinderchirurgie, afdeling kinderchirurgie

Dr. Hanneke IJsselstijn, kinderarts, afdeling kinderchirurgie 
Dr. Pierluigi Ciet, kinder- & thoraxradioloog, afdeling radiologie en nucleaire geneeskunde
Dr. Erwin Brosens, klinisch geneticus, afdeling klinische genetica
Dr. Jan von der Thüsen, patholoog, afdeling pathologie
Tabitha Zanen – van den Adel, kinderfysiotherapeut, afdeling orthopedie sectie fysiotherapie
André Rietman, kinderpsycholoog, afdeling kinder- en adolescenten psychiatrie
Prof. dr. René Wijnen, kinderchirurg, afdelingshoofd afdeling Kinderchirurgie

Vanuit het RadboudUMC /Amalia Kinderziekenhuis is dr. Maarten Schurink, kinderchirurg betrokken.

Klik hier voor meer informatie over dit onderzoek >

 

 

Tekst: Ilze Roelofs