Wel of niet opereren bij ernstige verstopping?

Veel kinderen in Nederland hebben last van verstopping (obstipatie). Vaak gaat dit vanzelf over. Ook leefstijladviezen in combinatie met een laxeermiddel kunnen helpen. Een kleine groep kinderen blijft, ondanks het gebruik van medicijnen, last houden van ernstige klachten zoals pijnlijke, harde en vaak grote ontlasting, het niet kunnen ophouden van ontlasting en buikpijn. Verstopping die niet met medicijnen is op te lossen noemen we therapieresistente obstipatie (TRO). Bij een klein deel van deze patiënten is een operatie misschien de oplossing van de problemen, maar het is niet duidelijk welke kinderen dit écht kan helpen.

Wat is het doel van het onderzoek?

De onderzoekers in het Amsterdam Emma Kinderziekenhuis/ Amsterdam UMC werken aan: 

  • het in kaart brengen hoe het gaat met kinderen met TRO die eerder zijn geopereerd;
  • het ontwikkelen van een voorspelmodel dat artsen kan helpen bij het maken van behandelkeuze bij kinderen met TRO;
  • het meer te weten komen over de biologische oorzaken van TRO.

Uiteindelijke hopen de onderzoekers beter te kunnen voorspellen bij welke kinderen met TRO een operatie zinvol is. Artsen kunnen dan een beter onderbouwde beslissing nemen.

Wat is er zo bijzonder aan dit onderzoek?

Het onderzoek combineert gegevens van patiënten met nieuwe laboratoriumtechnieken, zoals hoge resolutie 3D-scans van darmweefsel (micro-CT) en analyse van genactiviteit in het weefsel (spatial transcriptomics). Deze nieuwe technieken brengen de zenuwnetwerken en spieren van de darm in kaart en helpen in de zoektocht naar de oorzaak van deze hardnekkige aandoening.  

Wat levert het onderzoek op voor patiënten en hun ouders?

Kinderen met TRO missen regelmatig school en andere activiteiten met leeftijdsgenoten. TRO heeft een negatieve invloed op hun leven en dat van hun ouders. Na afloop van het onderzoek, hopen de onderzoekers dat de kwaliteit van leven van kinderen met TRO en hun ouders verbetert doordat:

  • kinderen niet onnodig een zware operatie krijgen;
  • kinderen die wél geholpen zijn met een operatie sneller geopereerd worden;
  • ouders beter geïnformeerd worden over de verwachtingen, risico’s en kansen op succes van de operatie;
  • de oorzaak van de TRO duidelijk is.

Wie zijn betrokken bij dit onderzoek?

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team van kinderartsen, kinderartsenmaag-darm-leverziekten, kinderchirurgen, pathologen en onderzoekers, verbonden aan het Emma Kinderziekenhuis/ Amsterdam UMC. Zij krijgen hulp van onderzoekers met ervaring in de genoemde specifieke laboratoriumtechnieken. Marc Benninga (kinderarts MDL) coördineert het onderzoek.

 



For Wis(h)dom ondersteunt dit onderzoek voor 3 jaar.